Na onze spontane extra safari stonden we snel op, haalden een vluchtig ontbijtje en stapten weer in bij onze eigen chauffeur. We hadden nog specifiek gevraagd of we met creditcard konden betalen, maar tot onze verrassing moest de safari ineens contant worden afgerekend. En dat hadden we niet op zak. Dus gingen we samen met een medewerker van het hotel en onze chauffeur op jacht naar een werkende pinautomaat.
Pinnen in India is op zijn zachtst gezegd een avontuur. De ene automaat werkt wél, de andere weigert dienst. We reden door een aantal kleine dorpjes, tot we er eindelijk één vonden die het deed. Opgelucht reden we terug naar het hotel, rekenden af en konden dan eindelijk vertrekken naar onze volgende bestemming: Agra.
Na een rit van zo’n vijf uur kwamen we aan bij onze homestay, vlak bij de Taj Mahal. Hier namen we afscheid van onze fantastische chauffeur, want vanaf nu zouden we met het openbaar vervoer reizen. Hij was echt geweldig – altijd vriendelijk, geduldig en flexibel. Hij stopte wanneer wij wilden, regelde alles voor ons en voelde echt als een reisgenoot. We maakten nog een foto met hem, bedankten hem uitgebreid, en checkten daarna in bij onze homestay.
We verbleven hier met een ander Nederlands stel en een vader en zoon uit Engeland. Eén van de leuke dingen aan homestays is dat je vaak ’s avonds gezellig kunt mee-eten. Die avond genoten we van heerlijke dahl, groentecurry’s, naan en papadum. We hadden fijne gesprekken over reizen, studies en het leven in het algemeen. Maar we gingen vroeg naar bed, want de volgende ochtend ging de wekker belachelijk vroeg.
Om 4.30 uur ging de wekker – vroeg, maar met een goede reden. Om 5.15 begonnen we aan onze wandeling naar de Taj Mahal. Het was bijzonder om India eens in alle rust mee te maken. De chaos van overdag was nog nergens te bekennen. In veel steden was het voor ons ’s nachts op straat niet veilig, maar hier kon het prima. Rond de Taj Mahal is zoveel politie aanwezig dat het juist heel rustig aanvoelt.
Bij de ingang was er geen rij, wat al een cadeautje op zich was. Onze tassen werden uitvoerig gecontroleerd en natuurlijk bleken we wat dingen mee te hebben die niet naar binnen mochten – dat was ons dus niet verteld. We renden terug naar de kluisjes, leverden onze spullen in en gingen met alleen water en onze camera weer naar binnen. Hanna moest nog even wegduiken voor een hyperactief aapje, maar daarna was het zover: tijd om de Taj Mahal te bewonderen.
En wat was het magisch. Bijna niemand om ons heen, prachtig ochtendlicht, en de schoonheid van dit wereldwonder. Een man bood aan om foto’s van ons te maken. Hij nam zijn taak serieus – heel serieus – en leidde ons overal langs om de meest bijzondere foto’s te maken. Natuurlijk verwachtte hij uiteindelijk een fooi, wat we hem ook gaven, maar het was het waard. Daarna namen we zelf de tijd om nog wat rond te kijken. Met de blauwe overschoentjes aan liepen we naar binnen. De binnenkant vonden we eerlijk gezegd minder indrukwekkend dan de buitenkant, maar de ervaring was bijzonder.
Toen we weer bij de uitgang kwamen, zagen we pas hoe blij we mochten zijn dat we er zo vroeg waren: mensenmassa’s, wachtrijen en chaos. En dat terwijl het pas acht uur was! We wandelden terug naar de homestay, genoten van een ontbijt en doken daarna stiekem nog even ons bedje in.
Na een kort dutje gingen we op pad. We regelden een tuktuk, al bracht hij ons in eerste instantie naar een totaal verkeerde plek. Na wat overleg wist hij uiteindelijk het café te vinden waar wij graag heen wilden: Sheroes Hangout.
Sheroes is geen gewoon café. Hier werken vrouwen die slachtoffer zijn geweest van zuuraanvallen. In India komt dit helaas nog te vaak voor – als wraak, uit controlezucht of om ‘macht’ te tonen. We bestelden eten en drinken en kregen een korte documentaire te zien. Die raakte ons diep. Verhalen van vrouwen die in hun jeugd, door hun partner of door vreemden werden aangevallen. Verhalen vol pijn, maar ook vol kracht.
Een meisje van drie dat met zuur werd overgoten omdat ze niet naast haar stiefmoeder wilde slapen. Een vrouw wiens man haar aanviel omdat ze ‘alleen maar’ dochters had gekregen. Meisjes die onderweg naar school werden aangevallen. En sommige vrouwen moesten dagen wachten voordat ze hulp kregen.
Sheroes biedt hen niet alleen werk, maar ook waardigheid, zichtbaarheid en een nieuw begin. De documentaire eindigt met de krachtige woorden: “We are not victims, we are survivors.” We waren er stil van.
We besloten hier ook henna te laten zetten, gedaan door de vrouwen zelf. De henna was prachtig en de ervaring onbetaalbaar. Daarna lieten we ons terugbrengen naar de homestay, aten daar weer mee en gingen op tijd slapen.
Na een rustig ontbijt sliepen we een beetje uit. We lieten ons naar een bazaar brengen, maar die bleek gesloten. Gelukkig hadden we tuktukchauffeur Lala – een vrolijke man die ons naar allerlei winkeltjes bracht zodat we toch onze souvenirs konden scoren. Daarna genoten we voor een paar euro van een heerlijke lunch vlakbij ons hotel. De rest van de middag pakten we onze spullen in en maakten ons klaar voor het volgende deel van de reis: de trein naar Delhi.
Het station was pure chaos: mensenmassa’s, overvolle perrons, een kakofonie aan geluiden – en geuren. Maar alles liep gesmeerd. We werden naar de juiste trein gebracht, ons kaartje werd gecontroleerd en we kregen zelfs een maaltijd aan boord. Bij aankomst in Delhi werden we opgehaald en naar ons hotel gebracht.
Delhi was overweldigend. We moesten lachen om een kudde koeien die weigerde een kruispunt te verlaten, waardoor alles vastliep. We verbleven in een wat luxer hotel, maar merkten al snel dat dit niet ons ding was. Geef ons maar de kleinschaligheid en persoonlijkheid van een homestay.
De volgende dag bezochten we Chandni Chowk, een drukke en levendige bazaar. We aten in een lokaal restaurantje dat we hadden gevonden op internet. Er was alleen een kaart in Hindi, maar we mochten in de keuken kijken om te kiezen wat we wilden eten. Het eten was geweldig. Daarna gingen we terug naar het hotel om te ontspannen.
De volgende ochtend stonden we weer vroeg op – dit keer voor een fietstocht door Delhi. Klinkt idioot, en dat was het ook, maar op een leuke manier. Samen met twee Engelse vrouwen en een gids trotseerden we het verkeer en fietsten door het oude centrum.
Bryanne werd bijna aangereden door een tuktuk en Hanna ging helemaal op in het Indiase getoeter door enthousiast mee te doen met haar bel. We stopten onderweg bij een lokaal tentje voor een ontbijt met gerechten uit zowel Noord- als Zuid-India. Verrassend lekker! Daarna fietsten we terug en regelden we een tuktukrit naar het hotel.
Na een kort middagdutje werden we opgehaald voor de volgende tour. Samen met onze gids gingen we met de metro op stap. Dat was best een ervaring en we werden dan ook weer veel aangestaard, want niet veel witte mensen stappen daar in de metro. We bezochten een moskee, waar een vrouw met Hanna op de foto wilde. Bizar genoeg deed ze haar hele hijab af voor de foto. We moesten ook weleens ‘nee’ zeggen, want anders waren we alleen maar op de foto aan het gaan met andere mensen. We zagen verder nog verschillende bazaars en aten nog een keer lekkere butter chicken. Daarna was het tijd om terug te gaan, onze spullen in te pakken en ons klaar te maken. Want aan het einde van de avond werden we opgehaald om naar de airport te gaan.
Op de luchthaven moesten we even zoeken waar we naar binnen konden, en water vinden bleek lastiger dan alcohol… Maar daarna ging alles soepel. Voor we het wisten zaten we in het vliegtuig naar huis.
Wat een reis. Wat een land. Wat een verhalen. India heeft ons geraakt, verrast en soms ook een beetje overrompeld. Eén ding is zeker: we komen terug. Al slaan we Delhi de volgende keer misschien wél over. 😉































Geef een reactie