Op safari in Senegal 

Om 05.00 ging onze wekker al en stonden we op om ons bij de receptie te melden. Daar stonden drie keurige ingepakte zakjes met ontbijt klaar, wat een verwennerij! We werden opgehaald door een bus met nog een aantal toeristen en reisden ongeveer een half uur naar de ferry. Dit was een hele ervaring op zich. Wij mochten al vroeg de boot op en dachten nog ‘wat is het hier rustig’, maar niet veel later kregen we alweer een cultuurshock. Toen de poorten naar de boot voor iedereen open gingen, kwamen er hordes mensen aan die renden om binnen te komen en tussendoor reden de vrachtwagens en motoren om ook een plekje te bemachtigen. Dit was natuurlijk pure chaos en bij het dichtdoen van de poorten ontstond er dan ook een flinke discussie, maar uiteindelijk konden we gelukkig vertrekken. Na een uur varen stapten we weer in de bus en reden we een uurtje over het platteland van Gambia. Je kon hier zien dat de mensen arm zijn en onze gids vertelden dat kinderen in deze buurt nauwelijks naar school gaan. Ze worden door hun ouders ‘opgeleid’, om uiteindelijk de boerderij over te nemen. Voor deze mensen is het leven in Gambia best zwaar. 1 à 2 keer per jaar hebben ze een oogst waarmee ze wat geld kunnen verdienen om de rest van het jaar van te leven. Na ongeveer een uur rijden over het platteland kwamen we aan bij de grens met Senegal. Daar maakten we weer wat bijzonders mee. We leverden allemaal ons paspoort in bij de gids die richting de douane liep om onze stempels te halen, maar helaas moesten we van de douane allemaal de bus uit. Op het moment dat we de bus uitstapten viel de stroom weg en mochten we alsnog zonder gecontroleerd te zijn onze stempels halen en het land verlaten. We liepen zo de Senegalse kant binnen en nadat we ook daar kort gecontroleerd waren, stapten we de bus weer in. En nog geen half uur later kwamen we in het Fathala natuurpark aan.

Daar verlieten we onze bus en stapten we in een safariwagen. Er werd ons nog even tussen neus en lippen door verteld dat de kans om giraffen te zien heel klein is. Want in deze tijd van het jaar zijn ze goed beschut en vaak dieper in de bossen om op zoek te gaan naar verse bladeren. Wij zijn altijd blij als we wilde dieren in hun natuurlijke omgeving zien, maar waren hier eigenlijk toch echt om de giraffe te zien, dus we waren lichtelijk teleurgesteld. In het park werd dit al snel goedgemaakt, want na nog geen paar meter rijden zagen we de eerste zwijntjes en niet veel later een grote groep met zebra’s en antilopen en uiteindelijk zelfs een neushoorn. In dit natuurpark wordt deze neushoorn Kevin the Killer genoemd, omdat hij een aantal jaar geleden zijn eigen vrouwtje heeft vermoord. 

Maar toen gebeurde er nog iets bijzonders: na een hele tijd rijden stopte de gids ineens en riep de spotter dat er een giraffe was. Je realiseert je in de Nederlandse dierentuin niet altijd hoe ontzettend goed gecamoufleerd deze beesten zijn, want we zagen hem pas toen hij begon te lopen. De kleuren van zijn lichaam waren precies de kleuren van de bomen, planten en dorre natuur in dit gebied. Maar wat waren wij gelukkig, want we hadden er toch 1 gezien. We werden gelukkig nog veel meer verwend, want we zagen nog veel meer giraffen en zelfs een kleintje. Of kleintje? Zelfs die giraf was al flink! 

Na een twee uur durende safari, reden we terug naar de ingang van het park. Daar mochten we even bijkomen en relaxen. Hanna kon nog steeds niet eten en voelde zich bij vlagen echt slecht. Bryanne en Birgit genoten van een pizza, volgens onze gids het enige veilige eten, zodat we niet ziek zouden worden. De gids spoorde ons aan om een beetje op te schieten, want de boot had geen strakke planning. En als we de volgende boot niet zouden halen, was de kans groot dat we pas erg laat terug in Kololi zouden komen. We stapten in de bus en bij de douane ging het weer op dezelfde bijzondere manier. Aan het einde van de middag kwamen we weer aan in ons hotel. 

Tegenover ons hotel zaten allemaal aapjes in de bomen en we besloten dat we dit wilde delen met ons kleine nichtje in Nederland. Dus belden we haar op, maar terwijl mijn moeder even met haar kletste, werd één van de aapjes een beetje boos. Hij klom razendsnel naar beneden en rende op ons af. Nog nét op tijd renden we alle drie naar binnen en durfden we voorlopig ook niet meer naar buiten. Nadat de aap, die ons al die tijd boos bleef aankeken, was weggerend, was het tijd om nog even te eten.  We aten nog een keer in het heerlijke Indiase restaurant, waar we ondertussen al een paar keer hebben gegeten. In de avond kwam de vrouw van onze creatieve cursus de eindproducten brengen. Wat een toffe mandjes waren het allemaal geworden. Dit zijn voor ons altijd de leukste souvenirs, als we er zelf ook echt moeite in hebben gestopt. Daarna doken we ons bedje alweer in.

Op onze laatste ochtend genoten we nog een keer van het ontbijt en daarna was het helaas alweer tijd om onze spullen in te pakken en ons te melden bij de receptie. Daar zijn we uitgecheckt en we hebben gewacht op de bus die ons naar het vliegveld moest brengen. Het vliegveld in Gambia is erg klein, dus we waren zo door alle controles heen en hebben nog lekker kunnen genieten van de laatste zonnestralen op het terras. Uiteindelijk zijn we het vliegtuig ingestapt en na een korte overstap op Kaapverdië, kwamen we zo’n 10 uur later weer in Nederland aan. Daar stond Hanna haar opa ons alweer op te wachten om ons terug naar huis te brengen. 

Wat een ervaring hebben we gehad en wat was het een bijzonder land om te ontdekken. Van de vriendelijke, maar soms ook opdringerige bevolking, tot het prachtige binnenland. En van de meest bijzondere vogels tot het spotten van giraffen in het wild!


Geplaatst

in

,

door

Tags:

Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *